|
Huid en vacht
De huid heeft een beschermende functie en is opgebouwd
uit drie lagen: opperhuid, lederhuid en onderhuid.
De vacht wordt gevormd door de haren die met hun wortels in de huid staan.
Dekharen zijn rechte, dikke en stevige haren. Wolharen zijn dun en gekruld
en vormen de ondervacht welke vooral in de winter sterk ontwikkeld is.
De huid bevat verschillende belangrijke klieren: talgklieren, zweetklieren
en melkklieren.
Talgklieren houden de huid vet en zorgen ervoor dat de vacht waterafstotend
blijft. De grote aantallen talgklieren spelen tevens een rol bij de geurherkenning
onderling tussen de honden en beschermen de huidflora tegen schadelijke
bacteriën. Ophopingen van deze klieren vinden we in de staartklier
en in de anaalklieren.
De ruicyclus verloopt onder invloed van het seizoen (temperatuurveranderingen),
voeding, daglengte en de seksuele cyclus. Het najaar en de winter zijn
perioden van snelle groei. Op een gegeven moment stopt de haargroei en
later beginnen de haren in fasen uit te vallen. De hond kent in het voorjaar
en najaar een sterke verharing die ongeveer vijf weken duurt. Kortharige
rassen verharen meestal het hele jaar door terwijl de langharige rassen
seizoensverhaarders zijn. Trimmen versnelt de nieuwvorming van haren.
De kwaliteit van de vacht is van verschillende factoren afhankelijk: omgeving,
voeding, rasvariatie en de belangrijkste factor is de genetische achtergrond
van de hond.
Zweetklieren vinden we bij de hond vooral in de zoolkussens, dit is de
reden dat bij veel lopen bij warm weer gemakkelijk zoolblaren optreden
bij de hond.
Melkklieren laten we hier verder buiten beschouwing.
Terug
|