|
Kennelbegeleiding
Sondevoeding
Inleiding
Het is raadzaam om de groei van de pup in de eerste weken op de voet te
volgen. Een verandering in het lichaamsgewicht is vaak het eerste teken
dat er iets niet in de haak is.
De beste controle is het dagelijks wegen op dezelfde weegschaal op hetzelfde
tijdstip. Een normale gewichtstoename per dag bedraagt 5-10% van het lichaamsgewicht.
Mocht het lichaamsgewicht verminderen dan is dit een bewijs van onvoldoende
opname van melk.
Oorzaken van onvoldoende opname
Deze oorzaken kunnen bij de pup en / of bij de teef gelegen zijn. Bij
de pup moeten we denken aan: onvoldoende zuigreflex, te zwak, aangeboren
afwijking, ziekte of een te groot aantal pups.
Oorzaken bij de teef kunnen zijn: sterfte, onvoldoende productie, slechte
/ onvoldoende tepels, melkklierontsteking (mastitis), medicijngebruik
of het verstoten van pups .
Bijvoeding tot de leeftijd van 3 weken
Vanaf een leeftijd van gemiddeld 3 weken kan de pup zelf zachte voeding
of pap gaan opnemen. Tot die tijd is de pup bij onvoldoende opname afhankelijk
van de bijvoeding die wordt verstrekt door de eigenaar. Bij het bereiden
van een vervangende moedermelk zijn 3 aspecten van belang: juiste bereiding,
hygiëne en een juiste toediening.
Fouten die veel gemaakt worden zijn de keuze van een product met onvoldoende
kwaliteit en bereidingsfouten ten aanzien van temperatuur en concentratie.
Ook worden vaak niet de juiste voedingsschema's gehanteerd.
Belangrijke factoren bij de kwaliteit zijn een gering lactosegehalte,
weinig of geen zetmeel, een hoog eiwit- en vetgehalte en een goede oplosbaarheid
zodat bij bereiding een mooi homogeen product ontstaat. De bereiding dient
strikt volgens de bijsluiter te geschieden. Indien men grotere hoeveelheden
wil aanmaken dan benodigd voor één dag dan kan men de rest in een ijsblokjesbakje
of zakje invriezen en zo de komende dagen de melk per portie ontdooien.
Een juiste temperatuur bij de bereiding is van belang om geen voedingsstoffen
te beschadigen.
Voor de toediening is er de keuze tussen een flesje of sonde waarbij het
voedingsschema goed dient te worden gevolgd. Een goed flesje heeft een
nauwkeurige maatverdeling die zichtbaar blijft ook na verblijf in de vaatwasser.
Het flesje moet goed te reinigen zijn (brede hals) en het is handig als
het bestand is tegen de magnetron. Bij het flesje moeten spenen van goede
kwaliteit geleverd worden, liefst verschillende maten en met een variabele
opening.
Sondevoeding vereist enige handvaardigheid die van een dierenarts geleerd
zou kunnen worden. De voordelen van sondevoeding zijn: snelle methode,
geen risico van verslikken en het is niet nodig dat de pup zelf nog kan
zuigen. Nadeel: bij een onjuiste techniek is de kans op een longontsteking
met fatale gevolgen groot.
Enkele vuistregels ten aanzien van de frequentie en hoeveelheid zijn:
Hoeveelheid: 22ml / 100gram lichaamsgewicht / dag. Frequentie:
|
Dag
|
Aantal maaltijden
|
|
1 - 2
|
8
|
|
3 - 7
|
6
|
|
8 - 16
|
5
|
|
17 - meer
|
4
|
Indien er ook nog bij de teef wordt gedronken moet
men trachten een inschatting te maken met behulp van het lichaamsgewicht
om de benodigde aanvulling met kunstmelk te berekenen.
B.J. Carrière, Dierenarts
Dierenkliniek Ermelo, (Spoed)kliniek voor gezelschapsdieren, Tel.: 0341-553325
of kijk op www.dierenkliniek-ermelo.nl
Terug...
|