|
Heupdysplasie Inleiding Heupdysplasie is een erfelijk probleem en dat is ook de reden dat de aandoening zich zo enorm in verschillende rassen heeft kunnen verspreiden. Er wordt nogal eens gedacht dat heupdysplasie is voorbehouden aan grote rassen maar de aandoening komt net zo goed voor bij kleine rassen en bij kruisingen. Er zijn inmiddels ook kattenrassen waarbij heupdysplasie wordt vastgesteld. Het heupgewricht is als het ware een kogelgewricht en goed te vergelijken met de verbinding tussen auto en caravan. Deze verbinding wordt gevormd door de trekhaak: een stang (smalle hals) met daarop een perfect ronde kogel, vergelijkbaar met de kop van het dijbeen. Over deze kogel valt dan het voorste deel van de aanhanger, deze "grijpt" als het ware over de kogel heen, tot voorbij de middenlijn, en de vorm van de grijper sluit vrijwel naadloos aan bij de vorm van de kogel van de trekhaak, slechts ruimte latend voor een laagje smeer. Het optreden van heupdysplasie wordt niet alleen door erfelijke invloeden bepaald. Het is vast komen te staan dat zaken als groeisnelheid (deels erfelijk bepaald), lichaamsgewicht, bewegingspatroon en omgevingsfactoren ook duidelijk een bijdrage leveren aan het ontstaan van heupdysplasie. In de kliniek merk ik dan ook dat juist op het gebied van deze niet erfelijke factoren heel veel fouten worden gemaakt. Alle voorlichting ten spijt gaat het nog regelmatig mis. Daarom zal in het deel "preventie" hier uitvoerig bij stil worden gestaan. Voorkomen Ook bij de mens is de aandoening bekend. Bij kinderen kan het al heel vroeg worden vastgesteld en wordt erger voorkomen door deze kinderen een soort van korset aan te meten waardoor de ontwikkeling van het heupgewricht beïnvloed kan worden. Deze methode is theoretisch ook geschikt voor de hond maar is gezien de activiteit van de pup in vergelijking met die van een baby niet uit te voeren, je kan zo'n pup niet enkele maanden ingegipst in een hok laten liggen. OntstaanWaar het in feite misgaat is het verschil in ontwikkelingssnelheid van botmateriaal en bijbehorende pezen, spieren, kapsels en banden en dit in relatie tot de ontwikkeling van het lichaamsgewicht. Als dit proces niet evenwichtig verloopt zullen de krachten die ontstaan op het bot nog niet door het bot verwerkt kunnen worden met alle gevolgen van dien, in feite is er sprake van een overbelasting. Een belangrijke factor hierbij is de groeisnelheid. De groeisnelheid wordt deels genetisch bepaald en verder door de energietoevoer via het voer. Deze laatste is afhankelijk van de energieconcentratie van het voer en het voerregime. Bij de preventie van HD zou dus gelet kunnen gaan worden op de groeisnelheid van honden zodat hier bij de keuze van de ouderdieren rekening mee gehouden zou kunnen worden. Voeding Over voeding van de pup zijn hele boeken te schrijven. Helaas menen velen dat echter zonder enige wetenschappelijke onderbouwing te kunnen doen. Ik zal me hier beperken tot enkele hoofdpunten. De allergrootste fout die je als puppyeigenaar kan maken is het overvoeren van de pup met kilocalorieën. De pup wordt zo in staat gesteld om energie(vet)reserves op te bouwen die kunnen worden gebruikt om ongewenste groeipieken door te maken en door toename van het lichaamsgewicht kunnen gewrichten worden overbelast. Het algemene beeld van een pup is dat deze lekker mollig en rond moet zijn. Echter, hondachtigen zijn slanke en lenige rovers van huis uit. Kijk naar natuurfilms en de ouderdieren kunnen ternauwernood voorzien in de behoefte van de pups en deze zijn dan ook slank, op het magere af. Veel pupeigenaren voeren hun hond zoveel dat deze veel te dik wordt. Dit heeft als nadeel dat er ook veel vetcellen gevormd worden die het hele verdere leven van het dier voor (neiging tot) vetzucht zullen zorgen. Andere voedingsfouten zijn het geven van toevoegingen bij de voeding, preparaten die calcium en /of vitamine D bevatten zijn uit den boze. Pups die gevoelig zijn voor skeletaandoeningen moeten zelfs met een relatief calciumarme voeding gevoerd worden. Eiwitten hebben geen negatieve invloed op het skelet, een behoorlijk niveau aan eiwit (liefst van dierlijke oorsprong) is zelfs wenselijk voor een goede ontwikkeling van het spierstelsel, dat voornamelijk uit eiwit en water bestaat. Het zijn namelijk de spieren die uiteindelijk voor de stabiliteit van het skelet zorgen en iedere patiënt met een probleem aan het skelet is in principe gebaat bij een goed ontwikkeld spierstelsel. Een te hoge groeisnelheid kan ervoor zorgen dat de ontwikkeling van spieren achterblijft waardoor instabiliteit van gewrichten kan optreden die daardoor beschadigen. VerspreidingHeupdysplasie is wijd verspreid onder de rassen en lijkt het meest voor te komen onder grote snelgroeiende rassen. Het zou echter ook zo kunnen zijn dat kleine honden minder snel klinische klachten hebben als de heupgewrichten niet in orde zijn. Zo is in een onderzoek een groep Beagles bekeken die geen klinische symptomen vertoonden en maar liefst bij 37% van de honden werd heupdysplasie geconstateerd. Zo kan een aandoening ook een ras insluipen als het ware en zich sterk verspreiden zonder dat dit opgemerkt wordt. Inmiddels is ernstige HD bij de Beagle geen zeldzaamheid meer. Uit de vele onderzoeken komt dan naar voren dat de St. Bernard statistisch gezien een hoog risico loopt en dat bijvoorbeeld de Greyhound een geringe kans heeft op HD terwijl dit toch een redelijk grote hond is, hier staat echter wel een eeuwenlange selectie tegenover, het is een "oud" ras. Wel zijn er enkele showlijnen bekend waarbij meer HD voorkomt dan gemiddeld bij het ras. Maar HD is niet allen voorbehouden aan rashonden, ook bij kruisingen wordt de aandoening aangetroffen en ook bij de Dingo (in Australië in het wild levende honden) is HD aangetroffen. Bijzonder is dat bij een aantal rassen de vrouwelijke dieren duidelijk een grotere kans hebben op het krijgen van HD, dit is aangetoond voor de St. Bernard, de Duitse Herder en de Golden Retriever. Diagnose In de praktijk wordt de diagnose gesteld door middel van röntgenologisch onderzoek. Dit kan zijn na klinisch onderzoek naar aanleiding van lichamelijke klachten of op verzoek van de eigenaar. Dieren die ingezet moeten gaan worden voor de fokkerij of die om andere redenen officieel beoordeeld moeten worden inzake de kwaliteit van de heupen worden bij, daartoe bevoegde, dierenartsen aangeboden voor röntgenonderzoek. Behandeling Conservatieve behandeling De conservatieve behandeling van het jonge dier verloopt wat anders dan die van het volwassen dier. Bij het jonge dier zal de nadruk komen te liggen op een gematigd groeitempo, gerichte beweging cq. training en een lichaamsconditie die zeker geen overgewicht mag vertonen. Het groeitempo wordt met name genetisch bepaald. Daarnaast zal een onjuiste voeding ook van invloed kunnen zijn en zo een te hoog groeitempo kunnen bewerkstelligen. Dit is de reden dat moderne pupvoeders minder energie bevatten of dat u er relatief weinig van mag voeren. In ieder geval zal de calcium / energieverhouding verlaagd zijn. Gerichte beweging is afhankelijk van het ras, soms het geslacht, de leefomstandigheden en de mogelijkheden van de eigenaar en de omgeving. In ieder geval mag de beweging niet te zwaar zijn zodat duur, soort beweging en ondergrond zorgvuldig gekozen moeten worden. Ook de leeftijd waarop men kan gaan beginnen met gericht bewegen moet zorgvuldig gekozen worden. Overgewicht is absoluut ongewenst in de groeifase. Niet alleen is het ongewenst uit het oogpunt van onnodige belasting van de gewrichten maar overgewicht ontstaat door een overmaat aan calorieën en het zijn juist de calorieën die een hoog groeitempo mogelijk maken. Dit hoge groeitempo is één van de oorzaken van heupdysplasie en elleboogdysplasie (ED). De conservatieve behandeling van het oudere dier richt zich meer op de preventie cq. het voorkomen van overgewicht omdat dit een onnodige belasting is. Daarnaast is gerichte beweging/training gewenst en dient de huisvesting van het dier erop gericht te zijn om deze te beschermen tegen koude, vocht en tocht. Behandeling met medicijnen en voedingssupplementen Chirurgische behandeling Bij volwassen honden zijn de chirurgische mogelijkheden beperkt. Bij niet al te zware honden kan in ernstige gevallen besloten worden tot het verwijderen van de heupkop waarna een bindweefselgewricht ontstaat. Bij een juiste selectie van patiënten kan dit een juiste keuze zijn die het dier van een hoop ongemak afhelpt. In andere gevallen is soms een totale vervanging van het heupgewricht de enig overgebleven therapie. Het aangetaste heupgewricht wordt dan vervangen door een kunstgewricht. De techniek is goed ontwikkeld maar de hoge kosten en kans op complicaties temperen in de praktijk nogal eens het enthousiasme. Bij jonge dieren zijn er veel meer behandelingsmogelijkheden. Door chirurgie van bepaalde pezen of spieren kan het functioneren van heupgewricht beïnvloed worden. Als het dier nog niet volgroeid is en voldoet aan een aantal medische eisen dan kan een bekkenkanteling ook uitkomst brengen. Hierbij wordt de kom van het heupgewricht losgemaakt uit zijn omgeving en onder een bepaalde hoek weer teruggeplaatst waardoor het heupgewricht wint aan stabiliteit. Deze behandeling moet uiterst nauwkeurig afgewogen worden om ook op langere termijn een gunstig effect te hebben. Een meer recente ontwikkeling is die waarbij op een jonge leeftijd de sluitingsnaad van het bekken thermisch wordt behandeld zodat het bekken in een iets andere vorm doorgroeit. Hierbij zullen de heupkommen zich wat verder over de heupkop begeven. Voor deze ingreep is wel een vroege diagnostiek vereist, namelijk op een leeftijd van 4 maanden. Dat betekent dat de huidige röntgendiagnostiek alleen niet meer voldoende is. Deze staat sowieso ter discussie omdat de huidige diagnostiek een beter beeld oplevert dan de werkelijkheid. Een methode waarbij de zogenaamde "joint-laxity" (gewrichtsspeling) wordt bepaald zou een betere diagnostiek geven. Deze methode heeft echter nog onvoldoende terrein gewonnen om internationaal ingevoerd te worden als standaard. Bij de chirurgie van jonge dieren inzake HD zou eigenlijk ook meteen sterilisatie of castratie overwogen dienen te worden. Zeker bij de recentste methode is het niet ondenkbaar dat de klinisch gezonde hond deelneemt aan de voortplanting terwijl hij of zij duidelijk drager is van de HD-genen. Meestal zal de behandeling een combinatie zijn van bovengenoemde mogelijkheden omdat iedere patiënt individueel benaderd moet worden. Prognose Preventie Zo lang HD voorkomt en het dier benadeelt in het welzijn dienen alle betrokkenen te streven naar een maximale en tijdige inzet om klinische patiënten te behandelen en selectiemaatregelen te nemen die de vermindering van HD nastreven waarbij het belang van het individuele dier en het ras verheven dienen te zijn boven het belang van de mens.
B.J. Carrière, Dierenarts Dierenkliniek Ermelo, (Spoed)kliniek voor gezelschapsdieren, Tel.: 0341-553325 of kijk op www.dierenkliniek-ermelo.nl
|