|
Puppytip 4 Sterilisatie? De mening van de faculteit Diergeneeskunde U bent de trotse eigenaar van een Teckel, Boxer, noem maar een pupje. U hebt waarschijnlijk geen enkele neiging (of misschien wel?) om over de toekomst na te denken omtrent b.v. loopsheid en alles wat daar mee samenhangt. Toch komt dit moment van geslachtsrijp worden sneller dan u denkt! En het heeft meer gevolgen dan u mogelijk weet. Vandaar dit stukje, dat niemand tot enige beslissing wil forceren, maar dat alleen voorlichting wil geven ten bate van uw teef. Loopsheden en de fases na de loopsheid, wanneer de teef onder invloed van het hormoon progesteron staat, kunnen veel gevolgen hebben voor de hond, zoals baarmoederontsteking, meer kans op mammatumoren, suikerziekte en acromegalie, waarover later meer. Om deze nadelen van de hormonale invloed van de loopsheden te voorkomen wordt vaak ovariëctomie (het verwijderen van de eierstokken) geadviseerd. Deze ingreep heeft natuurlijk ook weer voor- en nadelen en daarom blijkt het een ingreep te zijn die telkenmale aanleiding geeft tot discussies en soms zelfs tot erg verhitte discussies waarbij het belang van het dier uit het oog wordt verloren. Duidelijk is dat iedere eigenaar zelf zijn / haar beslissing moet nemen óf hij / zij de teef normaal loops laat worden zonder ingrepen van buitenaf, óf dat de eierstokken zullen worden verwijderd, óf dat voor een medicamenteuze loopsheid voorkoming zal worden gekozen. Welke keuze ook gemaakt wordt, iedere keuze heeft voor- en nadelen. Hierover goed geïnformeerd te zijn is dus van essentieel belang. Eerst zullen we ingaan op de voordelen van het verwijderen van de eierstokken voor de teef. Ovariëctomie vóór de eerste loopsheid vermindert de kans op melkkliertumoren - een aandoening die vele teven treft - tot vrijwel nihil. Iedere cyclusfase die onder invloed staat van progesteron - dus de periode van 2 maanden na iedere loopsheid - geeft een toegenomen risico voor kwaadaardige melkkliertumoren. Ovariëctomie na de vierde cyclus geeft circa 25% kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren. Het positieve effect ten aanzien van het voorkomen van kwaadaardige melkkliertumoren is daarom niet meer aanwezig na de vierde cyclus. Wel is er nog een positief effect op het ontwikkelen van goedaardige melkkliertumoren. Voorts zal een geovariëctomeerde teef geen baarmoederontsteking meer kunnen ontwikkelen (doordat de hormonale invloed van de eierstokken niet meer aanwezig is), nauwelijks meer kans hebben op suikerziekte, en niet kunnen gaan lijden aan acromegalie (reusgroei). Deze laatste aandoening ontstaat door een overdaad aan groeihormoon, die ten gevolge van progesteron overmatig gevormd kan gaan worden. Dit laatste hormoon, progesteron, is dus gedurende 2 maanden na een normale loopsheid of tijdens de drachtperiode in min of meer hoge concentraties aanwezig. Het is ook aanwezig na een injectie progestagenen die voor loopsheid voorkoming worden gegeven. Concluderend, de jong geovariëctomeerde hond heeft nauwelijks kans op mammatumoren, op suikerziekte, op acromegalie en geen kans op baarmoederontsteking. Er zijn echter ook nadelen aan de ovariëctomie verbonden. Het zal duidelijk zijn, dat als een hond is geovariëctomeerd, fokken niet meer mogelijk is: het is een onomkeerbare ingreep. De operatie op zich zelf heeft natuurlijk altijd een zeker risico, hoewel dit risico bij deze ingreep gering is. Voorts wordt toename van gewicht bij meer dan de helft van de honden na ovariéctomie waargenomen, als de voedselopname niet in de gaten wordt gehouden. Het is dan ook aan te raden om regelmatig de hond te wegen en eventueel de hoeveelheid voer te verminderen. In dat geval zal de hond niet te dik worden. Geovariëctomeerde teven blijken gemiddeld minder voedsel nodig te hebben dan niet geovariëctomeerde. Omtrent verandering van het karakter van de teef als gevolg van de ovariëctomie is gebleken dat de honden niet slomer worden. Soms juist het tegendeel! Jonge honden die zonder medische indicatie, bijvoorbeeld baarmoederontsteking, worden geopereerd blijken soms, als ze ook voor de ovariëctomie al enigszins agressief waren, feller en agressiever te worden. Slechts een gering deel van de honden die vanwege een baarmoederontsteking wordt geopereerd, en dus meestal van middelbare leeftijd is, blijkt van karakter te veranderen. Deze verandering wordt dan vaak als actiever, feller en speelser omschreven. De vachtstructuur van met name langharige honden blijkt regelmatig na een ovariëctomie te veranderen. De vacht wordt dikker, krulliger en moeilijker te onderhouden. Voor sommige bezitters van bijvoorbeeld Cocker Spaniëls, Afghaanse windhonden en New Foundlanders blijkt dit een reden te zijn om ovariëctomie niet uit te laten voeren, behalve indien het absoluut noodzakelijk is. Deze verandering van vachtstructuur kan dus mogelijk ook bij de Teckel een rol spelen in de besluitvorming over het al dan niet ovariëctomeren. Huidproblemen zijn echter geen gevolg van een ovariëctomie! Als laatste nadeel van de ovariëctomie moet het risico van de ontwikkeling van urine-incontinentie worden genoemd. Omtrent het optreden van urine incontinentie het volgende: deze urine-incontinentie wordt "hormonaal" veroorzaakt en heeft normaliter niets te maken met een beschadiging van de blaas. Bij 10-20% van de teven treedt ten gevolge van een onvoldoende werking van de "kringspier" urine-incontinentie op. Bij het merendeel van de teven, die aan urine-incontinentie gaan lijden, treedt dit voor het eerst op binnen 3 jaar na de operatie. Urine- incontinentie wordt in gelijke mate na ovariëctomie en ovariohysterectomie - een operatie waarbij naast de eierstokken ook de baarmoeder wordt verwijderd waargenomen. Verder treedt deze incontinentie over het algemeen af en toe op. De honden verliezen dan in liggende positie of in de slaap druppelsgewijs urine. Van belang is, welke dieren extra gevoelig zijn voor het ontwikkelen van urine incontinentie. Factoren zoals lichaamsgewicht blijken een grote rol te spelen: honden van grote rassen (>20 kg) hebben een verhoogd risico om deze urine incontinentie te ontwikkelen. Verder is er een positieve relatie aangetoond tussen staartamputatie, ovariëctomie en urine-incontinentie ten gevolge van een onvoldoende werking van het urethrasfincter mechanisme. Het merendeel van de rassen waarvan beschreven is dat ze vaak urine-incontinentie ontwikkelen na ovariëctomie, heeft gewoonlijk een gecoupeerde staart. Het is dus mogelijk dat honden van rassen waarbij het op dit moment nog gebruikelijk is de staart te couperen minder risico zullen lopen urine incontinentie na ovariëctomie te ontwikkelen als de staarten niet meer worden gecoupeerd. Van de volgende rassen is gemeld dat ze een verhoogd risico hebben urine-incontinentie te ontwikkelen na een ovariëctomie: Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Old English Sheepdog, Weimaraner, Riesen Schnauzer, Rottweiler, Bouvier en Ierse Setter. Als er gekozen wordt voor ovariëctomie, zal ook over de leeftijd waarop de operatie uitgevoerd zal gaan worden, gedacht worden. Het is over het algemeen niet raadzaam te jong, b.v. onder de 6 maanden te opereren, omdat de anesthesie dan een speciale zorg vereist. Verder zal nagedacht worden over het al dan niet vóór de eerste loopsheid opereren. Mogelijk is er een lichte toename in het aantal honden, dat urine-incontinentie ontwikkelt, waar te nemen als vóór de eerste loopsheid wordt geopereerd, maar andere factoren zoals raspredispositie, grootte van de hond, staartamputatie en blaasligging, zijn van groter belang. Zoals dus duidelijk moge zijn uit het voorgaande: de hond loops laten worden of de loopsheid medicamenteus voorkomen heeft voor- en nadelen voor de gezondheid, maar ook de ovariëctomie heeft bepaalde voor- en nadelen. Het is daarom van belang dat iedere eigenaar goed voorgelicht is over de positieve en negatieve gevolgen van ovariëctomie, medicamenteuze loopsheid preventie of loops laten worden. Met deze wetenschap gewapend kan en moet een ieder zelf zijn / haar eigen beslissing nemen en wordt het welzijn van het dier gediend.
Bronvermelding: Wetenswaardigheden rond de loopsheid en ovariëctomie van de teef
|