|
Trainingsadvies voor een jonge hond Waarom
trainen?
Vele rassen, maar ook sommige kruisingen,
zijn behept met instabiele gewrichten of groeistoornissen die het skelet nadelig
beïnvloeden. Heupdysplasie en elleboogdysplasie zijn bekende voorbeelden
van deze problemen. Gewrichten die minder goed functioneren zijn gebaat bij extra
steun. Natuurlijke steun kan verkregen worden door een goed ontwikkeld spierstelsel.
Onze
huishond hoeft niet veel te bewegen om zijn voedsel te bemachtigen. Bij gebrek
aan soortgenoten in een roedel zijn er relatief ook weinig spelmomenten die voor
beweging zorgen. Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat de meeste huishonden maar
een matig spierstelsel vertonen. Door gericht te trainen met een hond kan je helpen
een goed spierstelsel te ontwikkelen wat de stabiliteit van het skelet ondersteunt.
Hierdoor zal de hond een betere levenskwaliteit krijgen en deze ook langer kunnen
houden. Bovendien zorgt het gezamenlijk trainen voor een goede sociale band tussen
baas en hond. Wat is belangrijk?
De voeding
Pups
van rassen die het risico lopen groeistoornissen te krijgen dienen gedurende de
GEHELE pupperiode pupvoeding te krijgen en wel pupvoeding die speciaal ontwikkeld
is voor deze pups. In deze voeding zijn een aantal factoren aangepast die de voeding
veiliger maken voor deze pups. Bij dierenartsen en dierenspeciaalzaken is deze
voeding verkrijgbaar. In pupvoeding in het algemeen zijn veel meer bouwstoffen
aanwezig dan in voeding voor de volwassen hond. Deze bouwstoffen zijn nodig om
een kwalitatief goede weefselopbouw te garanderen. Spieren zijn voornamelijk opgebouwd
uit eiwitten en goede pupvoeding voorziet dan ook in veel eiwit. Zolang een pup
hoogtegroei vertoont moet deze in ieder geval puppyvoeding krijgen en liefst bij
de grotere rassen ook nog gedurende de periode als deze pups in de breedte gaan
groeien. Hierbij moet men zich bedenken dat een Chihuahua (volwassen gewicht 2,5
kilo) er zeven maanden over doet om uit te groeien maar dat een St. Bernard hier
wel bijna twee jaar voor nodig heeft en dus veel langer pup is!
De
socialisatie
De fiets is een belangrijk hulpmiddel bij een gerichte
training. De eigenaar mag dan ook nooit vergeten om in de belangrijke socialisatiefase
de pup volledig vertrouwd te maken met het verkeer en de fiets. Dit betekend dat
de pup moet leren welke geluiden de fiets kan maken en er aan moet wennen dat
hij of zij vlak naast de fiets moet lopen. Doe je dit niet dan loop je later het
risico dat je niet verder komt dan de hoek van de straat omdat de hond bijvoorbeeld
schrikt van een piepende handrem, zijn neus tussen de spaken stopt en eigenaar
en honden liggen op straat, het verdere trainen met de fiets kun je dan wel vergeten.
Ook
moet een pup leren traplopen, je weet namelijk nooit wat de komende tien jaar
gaat brengen. De eigenaar bepaalt het tempo en loopt altijd voorop. Kan de hond
niet rustig alleen de trap op en af of mag de hond niet boven komen dan gaat er
een traphekje voor. Iedere gezonde hond mag geacht worden in staat te zijn om
zijn poten beurtelings twintig centimeter op te tillen, minirassen uitgezonderd
maar dit zijn niet echt de risicorassen.
Wanneer beginnen met de training?
Zoals
hiervoor al beschreven bestaan er grote rasverschillen. Gaan we uit van rassen
met een volwassen gewicht van 15 tot 90 kilo dan zal de aanvang liggen tussen
de 4 en 6 maanden leeftijd. Dit is een vuistregel en kent dus best uitzonderingen.
In de jeugd is het relatief makkelijk om spierweefsel toe te laten nemen. Bij
oudere honden wordt dit moeilijker. Als bovendien de problemen zich klinisch openbaren
is het vaak niet meer mogelijk om met trainen te beginnen omdat dit te pijnlijk
is voor de hond of om andere medische reden niet verantwoord is. Op deze manier
kan een goed getraind spierstelsel het verschil uitmaken tussen een lichte of
zware medische behandeling, in sommige gevallen zelfs het verschil tussen leven
of dood!
De hoeveelheid beweging
De hoeveelheid moet voorzichtig
opgebouwd worden en per individuele hond bekeken worden. Ook is het niet zinvol
om de beweging oneindig uit te breiden. Is eenmaal de gewenste spierontwikkeling
bereikt dan zal een onderhoudstraining volstaan. Het belangrijkste is dat de training
niet te lang duurt. Met het toenemen van de tijd neemt ook de blessuregevoeligheid
toe door de vermoeidheid die optreedt. Beter tweemaal daags een half uur dan één
keer een uur.
De soort beweging
In het algemeen kan gesteld
worden dat draaibelastingen het meest risicovol zijn. Het langdurig spelen van
pups moet dan ook voorkomen worden. Kort spelen is wel belangrijk voor de socialisatie.
Ook het wild achter stokken en ballen aanrennen, deze al struikelend proberen
te pakken alvorens weer terug te rennen zijn minder gunstige bewegingen voor pups
van risicorassen.
Zwemmen en rechtlijnige beweging zijn veruit de veiligste
bewegingen. Ze zijn mooi regelmatig en weinig belastend voor de gewrichten. Rechtlijnig
bewegen zoals bij wandelen aan de lijn, meerennen met de baas of naast de fiets
zorgt voor een mooie gelijkmatige belasting die zorgt voor een evenwichtige spiertoename.
Het in en uit de auto springen kan belastend zijn als dit relatief hoog is
voor de hond. Een loopplankje kan dan uitkomst brengen. Het is met iedere
vorm van training van belang om eerst even rustig te beginnen om de spieren op
te warmen en deze niet meteen vol te belasten.
De ondergrond
Gladde
vloeren in huis zijn voor een jonge hond van een risicoras ongewenst. Restanten
vloerbedekking kunnen dan uitkomst brengen tijdens de groeifase.
Met trainen
moet ook rekening worden gehouden met de ondergrond. Hoe harder de ondergrond
hoe meer belastend dit is voor het skelet. Zand kan erg zwaar worden en moet
in de eerste maanden van de training gemeden worden tenzij het door een hoog vochtigheidsgehalte
weer wat minder mul wordt.
Trainingsopbouw
Gemiddeld moet
je in 3 maanden tijd het onderhoudsniveau bereiken. Dit betekent dat je in drie
maanden tijd de training gaat opbouwen van nul tot de gewenste "eindbelasting".
Is de gewenste eindbelasting bijvoorbeeld een half uur fietsen per dag dan
kan de opbouw in 12 stappen plaats vinden (1 stap per week om praktische redenen).
Het
opbouwen kan plaats vinden door de ondergrond "zwaarder" te kiezen,
langer te trainen of harder te fietsen bijvoorbeeld. Hoe of je het ook opbouwt,
probeer het gelijkmatig te doen. Bijvoorbeeld: zelfde ondergrond en zelfde
tempo: dan per week 2 minuten langer trainen en splitsen in twee sessies per dag.
In het begin lijkt dit belachelijk weinig maar het is wel een veilige manier.
Zo kan het volgende schema ontstaan:
1e week 2x 2 minuten 4
2e week 2x
4 minuten 8
3e week 2x 6 minuten 12
4e week 2x 8 minuten 16
5e week 2x
9 minuten 18
6e week 2x 10 minuten 20
7e week 2x 11 minuten 22
8e week
1x 14 minuten 14
9e week 1x 17 minuten 17
10e week 1x 20 minuten 20
11e
week 1x 25 minuten 25 12e week 1x 30 minuten 30
In dit schema neemt de
training eerst toe door de tijdsduur te laten toenemen. Vervolgens wordt de overstap
gemaakt naar 1 training per dag. Op dit moment moet de hond in staat zijn om met
iets grotere stappen de training te laten toenemen. Vervolgens wordt dan voorzichtig
uitgebouwd naar de gewenste tijdsduur.
Gedurende de groeifase kan deze training
dagelijks gegeven worden. Eenmaal uitgegroeid kan met 2-3 trainingen per week
volstaan worden om de opgebouwde spiermassa in stand te houden. Naast een goede
spierconditie zal de hond (en eigenaar) tevens beschikken over een goed uithoudingsvermogen.
Als gunstige bijkomstigheid mag verwacht worden dat deze honden niet snel
overgewicht zullen ontwikkelen.
Tot slot
Het blijft verstandig
om elk geval individueel te beoordelen. Soms kunnen medicijnen helpen bij de opbouw
van een goed spierstelsel. In sommige gevallen zal training niet gewenst zijn
omdat de dieren bijvoorbeeld een aangeboren hartafwijking hebben of andere verborgen
medische problemen. Overleg voorafgaand aan de training met een dierenarts in
combinatie met een lichamelijk onderzoek blijft dan ook gewenst.
Met de
juiste training beleven hond en eigenaar meer plezier aan elkaar, blijft de hond
langer gezond en in een aantal gevallen zullen klinische klachten veel beperkter
optreden dankzij een goed ontwikkeld spierstelsel!
|