Enkele belangrijke aspecten van de
voeding van grote honden

 

Door de jaren heen zijn diverse rassen gefokt waarbij het oertype hond (een kleine wolf) steeds verder van de huidige honden is af komen te staan.
Of dit nu goed is of niet het feit blijft dat er vele grote en reuzerassen zijn ontstaan met eigen kenmerken en aandoeningen.
Door de juiste keuze van voeding en de juiste manier van voeren zijn sommige van deze aandoeningen te voorkomen of is het op zijn minst mogelijk om het risico van deze aandoeningen te beperken. Hieronder treft u enige algemene informatie aan over deze specifieke groeistoornissen en belangrijke informatie over de groei en voeding van uw pup

Groeistoornissen

De laatste decennia worden meer en meer rassen getroffen in hun groeiperiode door de zogenaamde groeistoornissen. Alhoewel het meestal pups van grote rassen betreft zien we ook regelmatig groeistoornissen bij pups van jonge rassen. De gedachte dat grootte niet alleen een bepalende factor is wordt ook nog ondersteund door het feit dat er diverse grote rassen zijn die niet of in mindere mate getroffen worden door deze problemen.
Bij vele rassen zijn inmiddels erfelijke factoren aangetoond en dit verklaart ook het feit dat de problemen bij sommige rassen met een geringe fokbasis behoorlijke vorm aannemen.

Wat zijn nu die groeistoornissen?
In grote lijnen komt het er op neer dat er in de groeifase (wel tot 15 maanden bij zeer grote rassen!) storingen kunnen ontstaan in het proces van botvorming. Deze storingen kunnen leiden tot gewrichtsproblemen, botproblemen en dus kreupelheden. Vaak worden verschillende aandoeningen onder één noemer geschaard zoals heupdysplasie (HD) of elleboogdysplasie (ED). Afkortingen zoals OCD, LPC, LPA of CLP zijn ook vaak gebezigde termen omdat de oorspronkelijke namen (vaak in Latijn) te lastig zijn in de omgangstaal. Helaas is het zo dat deze aandoeningen vaak symmetrisch voorkomen (bijvoorbeeld beide ellebogen) en dan is de hond niet zichtbaar kreupel en dit houdt het risico dat de aandoening niet of te laat wordt ontdekt!

Wat zijn de gevolgen van groeistoornissen?
Sommigen verdwijnen na behandeling volledig zonder gevolgen te hebben voor later. Anderen veroorzaken gewrichts- of botschade die van blijvende aard kan zijn. Het meest voorkomende gevolg is artrose, een voortschrijdende beschadiging van gewrichten die aanleiding geeft tot pijn, stijfheid en verlies van functie.
Alle behandelingen moeten er dan ook op gericht zijn om in een vroeg stadium tot een exacte diagnose te komen zodat de meest succesvolle therapie op het juiste tijdstip ingezet kan worden. Zeer vaak zal chirurgie de uitkomst moeten brengen en dient men zich tot een dierenarts te wenden die hier voldoende ervaring in heeft.

Hoe om te gaan met een kreupelheid bij uw pup?
In principe niet langer dan twee dagen aanzien. Daarna dient u uw dierenarts te raadplegen waarbij voor maximaal 1 week een symptomatische therapie ingesteld mag worden. Indien de kreupelheid aanhoudt moet de diagnose met zekerheid gesteld worden door nader onderzoek om geen kostbare tijd verloren te laten gaan die te kostte zou kunnen gaan van het succes van de behandeling.

Wat kunt u doen om problemen te voorkomen?
Er is een categorie honden die de problemen krijgt ondanks alle goede zorgen en er zijn honden die gewoon geen problemen krijgen. De groep die hier tussenin zit is de meest interessante want daar kan de eigenaar een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van groeistoornissen. Er zijn twee zaken waarbij de eigenaar een belangrijke rol speelt:

1. De manier van bewegen van de pup
2. De voeding van de pup

Door deze twee zaken goed onder controle te houden tijdens de groeifase van uw hond vermindert u als eigenaar de kans op groeistoornissen bij uw hond.


Enkele belangrijke aspecten van pupvoeding voor grote honden

Energiegehalte
Het energiegehalte is de meest bepalende factor in de voeding voor het ontstaan van groeistoornissen. Een overmaat aan energie (kilocalorieën) verhoogt sterk de kans op het ontstaan van problemen. Om deze reden hebben vooraanstaande fabrikanten een speciale voeding voor pups van grote en zeer grote rassen ontwikkeld met een verlaagd energiegehalte.
De kunst is vervolgens om uw pup in de juiste voedingsconditie te houden. De conditie beoordeelt u door uw vingertoppen met een lichte druk over de borstkas te laten glijden. U zult dan de harde structuur van de ribben voelen met daartussen steeds een kuiltje, dit zijn de zachtere tussenribspieren. Indien een pup te veel energie ontvangt met de voeding zullen zich op deze plaats vetreserves gaan vormen met als gevolg dat u de verschillende structuren niet meer zo goed kunt waarnemen. Een vetopslag is ongewenst, een dierenarts of dierenartsassistente kan u begeleiden bij het controleren van de voedingsconditie.
Deze ongewenste vetopslag kunt u als volgt voorkomen: neem als richtlijn de hoeveelheid voeding die in de tabel op de verpakking voor uw pup wordt aangeraden. Controleer eens per week de voedingsconditie van uw pup: wordt deze te mager dan mag er 5-10% bij, wordt deze te dik dan vermindert u de dagelijkse voedingshoeveelheid met 5-10%. Bij een kortharige hond kan het goed zijn dat de laatste 3-4 ribben goed zichtbaar zijn en dat de hond een magere indruk maakt. Bedenk wel dat dit een belangrijke bijdrage kan zijn aan het voorkomen van groeistoornissen.
Bijkomend voordeel is dat de pup weinig vetcellen zal aanleggen, hierdoor wordt de pup later als volwassen hond minder gevoelig voor het ontstaan van vetzucht.

Eiwit
Eiwitten hebben altijd de naam gehad de groei negatief te beïnvloeden maar dit is al lang onjuist gebleken. In 1993 is al internationaal gepubliceerd door vooraanstaande wetenschappers dat eiwitten geen enkele invloed hebben op het ontstaan van groeistoornissen.
Integendeel, tegenwoordig ontstaat steeds meer het inzicht dat spieren belangrijk zijn voor deze honden. Als het skelet later in de ontwikkeling niet helemaal goed blijk te zijn dan kunnen spieren veel compenseren, zij zorgen voor de stabiliteit van het skelet! Dit is heel goed te zien bij honden met slechte heupgewrichten. Honden met matige heupen kunnen vaak nog heel goed functioneren als zij goed bespierd zijn. Sterker nog, het is mogelijk om bij niet al te zware honden het pijnlijke gewricht te verwijderen waarbij de hond zich verder, vaak nog heel goed, kan redden met een gewricht van spieren en bindweefsel!

 

B.J. Carrière, Dierenarts Dierenkliniek Ermelo, (Spoed)kliniek voor gezelschapsdieren, Tel.: 0341-553325 of kijk op www.dierenkliniek-ermelo.nl